Krien & Quirinus

DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN

Druk op Afspelen en luister hoe ik 'Ticket to Ride' van The Beatles op de dwarsfluit speel.

ANTROPOSOFIE MODAAL

 

DE BOEKBESPREKING

Februari 2017.

 

WAARNEMEN EN DENKEN 1886 en DE FILOSOFIE VAN DE VRIJHEID 1894.

 

INLEIDING.

Het zijn boeken van 125 jaar geleden, beiden van sterk filosofisch karakter, maar mijns inziens nog steeds actueel, filosofie is eigenlijk tijdloos: denk maar eens aan de oude klassieken zoals Plato en Aristoteles.

Mijn mening is dat deze twee boeken elkaar eigenlijk aanvullen.

Het is beslist een aanrader eerst WAARNEMEN EN DENKEN te lezen, ten opzichte van  FILOSOFIE DER VRIJHEID is het goed leesbaar.

Als een rode draad loopt door beide boeken het waarnemen van je eigen denkproces; maar dit waarnemen van je denkproces moet eerst wel ontwikkeld, getraind, worden tot het zogezegd zuivere denken en vervolgens vraagt de waarneming ervan, HET ZUIVERE DENKEN, een ongewone inkeer en onverdeelde aandacht. De gedachten trekken als het ware vluchtig door de ziel, ze worden eigenlijk niet opgemerkt.

Je zou kunnen zeggen het is een zaak voor ingewijden, de rijpere mens, dit is waar in dezelfde zin als alle wetenschap studie en oefening vergt.

(Met de opmerkingen tussen haakjes probeer ik Steiners visie te verduidelijken.)

 

Vier oefeningen om het ZUIVERE DENKEN  te ontwikkelen:

Op de eerste plaats: HET LEZEN van Steiners zelfgeschreven boeken. Door het ongewone taalgebruik vergt dit veel concentratie en denkkracht en het belangrijkste boek in dit opzicht is eigenlijk FILOSFIE DER VRIJHEID, over dit boek bestaan in het land zelfs diverse studiegroepen.

OP de tweede plaats: DE CONCENTRATIE OEFENING: blijf 5 minuten in gedachten bij een eenvoudig gebruiksvoorwerp bijvoorbeeld asbak of theeglas etc. Neem het voorwerp eerst zo nauwkeurig mogelijk waar en denk dan waar is het van gemaakt waar dient het voor hoeveel soorten zijn er etc. Natuurlijk dwalen je gedachten af, maar het punt is hoe snel koppel je de gedachten weer terug naar het voorwerp!

OP de derde plaats: Denk de vorige dag in omgekeerde volgorde terug met wat je allemaal meegemaakt hebt dus je begint als je in bed ligt en je eindigt als je opstaat, dit zal niet in een keer lukken maar gewoon blijven oefenen.

Op de vierde plaats: onbevangen en objectief luisteren. Zelfs als iemand de meest onwaarschijnlijke en tegenstrijdige gedachten uitspreekt. Schakel, je eigen mening zogezegd helemaal uit.

 

Het boek: WAARNEMEN EN DENKEN.

Dit boek is voor Steiners doen heel eenvoudig en goed leesbaar geschreven.

Ik ga bewust wat dieper in op het waarnemen van het denken, denkproces, omdat het mijns inziens belangrijk is om dit zogenaamde zuivere denken verder te ontwikkelen. Dit ZUIVERE DENKEN ontwikkelen is eigenlijk de kern, uitgangspunt, van wat in veel van zijn boeken terugkomt.

In 1882 kreeg Steiner het verzoek om de natuurwetenschappelijke geschriften van Goethe uit te geven en van commentaar te voorzien, dit werk ronde Steiner in 1897 af.

Dit boek is de inleiding tot die Goethe uitgifte. Steiner: Het boek moet aantonen, dat wat wij als Goethes wetenschappelijke opvattingen naar voren brengen, ook zelfstandig kan worden onderbouwd.

In dit boek valt Steiner regelmatig terug op het gedachten goed van Goethe en Schiller.

Goethe en Schiller hadden nauwe banden en waren tijdgenoten.

 

Steiner:

Het denken treedt op dezelfde wijze in verschijning als de overige ervaringswereld. In het denken is datgene, wat wij bij de overige ervaring zoeken, zelf direct ervaring geworden. (Je kunt je denken pas achteraf observeren en niet tijdens het denkproces en daarom noemt Steiner dit ervaring het is gebeurd, je observeert achteraf wat gebeurd is in je denken.)

 

Onze geest voltrekt het samenvoegen van de gedachten uitsluitend op grond van hun inhoud. In het denken voldoen wij dus aan het ervaringsprincipe in zijn meest krasse vorm.

 

Onze gedachtenwereld is dus een volledig op zichzelf gebaseerde werkelijkheid,  een in zichzelf gesloten, in zichzelf volmaakt en voltooid geheel. Wij zien hier welke van de twee zijden van de gedachtenwereld de wezenlijke is: de objectieve zijde van haar inhoud en NIET de subjectieve zijde van haar optreden. (Steiner gaat uit van één gedachtenwereld die voor alle mensen gelijk is daarom is het woord objectief hier op zijn plaats. Maar de ene mens heeft meer ideeën, intuïties als de ander, ieder mens heeft weer zijn eigen toegang tot die ene alomvattende gedachtenwereld)

Zodra onze geest zich twee overeenkomstige gedachten voorstelt, merkt hij meteen, dat zij eigenlijk in elkaar overvloeien. Onze geest vindt binnen zijn gedachten bereik overal de elementen die bij elkaar horen; het ene begrip sluit bij het andere aan, een derde begrip verklaart of ondersteunt een vierde, en zo verder. Zo treffen wij bijvoorbeeld de gedachten inhoud ‘’organisme” in ons bewustzijn aan; wanneer wij nu onze voorstellingswereld doorzoeken, dan stuiten wij op een tweede inhoud: “wetmatige ontwikkeling, groei” . Meteen wordt het duidelijk dat deze beide gedachten inhouden bij elkaar horen, dat zij eenvoudig twee zijden van hetzelfde ding voorstellen. Zo is het echter met ons hele gedachten systeem. Alle afzonderlijke gedachten zijn delen van een groot geheel, dat wij onze gedachten wereld noemen. 

Wanneer een of andere AFZONDERLIJKE gedachte in mijn bewustzijn optreedt, dan rust ik niet eerder dan totdat hij in overeenstemming is gebracht met mijn overige denken. Een begrip dat een dergelijke uitzondering vormt, los van mijn overige geestelijke wereld, is volstrekt onverdraaglijk voor mij.            

Wanneer wij eenmaal zo ver gekomen zijn, dat onze hele gedachten wereld het karakter draagt van volkomen innerlijke overeenstemming, dan krijgen wij daardoor de bevrediging waarnaar onze geest verlangt, Dan voelen wij ons in het bezit van de waarheid.

 

De inhoud van het denken verschijnt voor ons als een innerlijk volmaakt  organisme; alles staat in strenge samenhang met elkaar. De afzonderlijke delen van het gedachten systeem bepalen elkaar; elk afzonderlijk begrip heeft uiteindelijk zijn wortels in ons gehele gedachten bouwwerk.

 

Ons bewustzijn is niet het vermogen om gedachten voort te brengen en te bewaren,  zoals men zo vaak gelooft, maar het vermogen om de gedachten (IDEEËN) waar te nemen.

Goethe heeft dit voortreffelijk uitgedrukt met de woorden: “DE IDEE IS EEUWIG EN UNIEK”.

 

Onze kennistheorie leidt tot het positieve resultaat dat het denken het wezen van de wereld is en dat het individuele menselijke denken de afzonderlijke verschijningsvorm van dat wezen is.

 

Het denken is een totaliteit op zich, die zichzelf genoeg is, die niet buiten zichzelf kan treden, zonder in het onbestemde te komen. (Je zou kunnen zeggen logisch blijven.) Met andere woorden, het mag niet om iets te verduidelijken zijn toevlucht nemen tot dingen die het niet in zichzelf vindt. Een ding dat niet met het denken kan worden omvat, is een onding. Alles gaat uiteindelijk op in het denken, alles vindt binnen het denken zijn plaats.

 

DE INTUÏTIE.

Steiner noemt de INTUÏTIE: “ AANSCHOUWEND OORDEELVERMOGEN”. In mijn woordenboek staat: “BEGRIP VAN EEN ZAAK HEBBEN UIT EIGEN VINDING”, “INNERLIJKE AANSCHOUWING”.

De intuïtie is de basis, uitgangspunt, van het zuivere denken. En zoals ik al eerder aangegeven heb om dit te bereiken moet je eerst dit zuivere denken als het ware ontwikkelen, zie bovenstaande meditatie mogelijkheden.

Een inval is beslist geen intuïtie, zoals bijvoorbeeld ik rij langs een tankstation en dan komt  de gedachte op: sigaretten kopen, wat ik vergeten was. Dit is een inval. En ook: ik las in een boek iets over het zuivere denken en terstond vormde zich de gedachte: meditatie oefeningen, de concentratie oefening van 5 minuten en de dag in omgekeerde terug beleven. Ook dit zie ik als een inval!

Mijn geheugen is niet mijn sterkste punt ik moet het meer hebben van die zogenaamde INVALLEN, die structureel bij mij aanwezig zijn. Ik omschreef dit vroeger als een selectief werkend geheugen. Ook hoor ik zogezegd stemmen, die vaak mijn gedachten herhalen maar ze kunnen ook oorspronkelijk zijn, maar stemmen reken ik niet tot mijn gedachten-, denk proces.  Dit geld voor mij en is niet bepalend voor andere mensen zonder die zogenaamde stemmen.

Je zou kunnen zeggen een intuïtie is een denkproces, wat je kunt bereiken door het zuivere denken te ontwikkelen.

 

Steiner:

Men heeft in de wetenschap de intuïtie vaak zeer geringschattend behandeld. Men heeft  het als een tekortkoming van Goethes geest beschouwd, dat hij met de intuïtie wetenschappelijke waarheden wilde bereiken. Wat als intuïtieve weg wordt bereikt, beschouwen velen inderdaad als zeer belangrijk, wanneer het gaat om een wetenschappelijke ontdekking. Daarbij brengt een inval ons vaak verder dan METHODISCH GESCHOOLD DENKEN, zo zegt men. Want men noemt het vaak intuïtie, wanneer iemand door toeval  op een juist inzicht stoot, terwijl een onderzoeker zich langs omwegen van de waarheid daarvan kan overtuigen. Maar steeds wordt ONTKEND, dat de intuïtie zelf een wetenschappelijk principe zou kunnen zijn. (Bij Steiner is de intuïtie een vaststaand en betrouwbaar feit en een wetenschappelijk uitgangspunt.) Wat door intuïtie wordt verworven, moet ZO DENKT MEN achteraf eerst bewezen worden, wil het wetenschappelijke waarde bezitten.

Zo heeft men ook Goethes wetenschappelijke resultaten voor geestrijke invallen gehouden, die pas naderhand door de strenge wetenschap hun geloofwaardigheid hebben verkregen. (Steiner houdt vol dat de intuïtie zelf een wetenschappelijk waarde is.)

 

ANORGANISCHE NATUUR, ORGANISCHE NATUUR, DE MENS:

In de ANORGANISCHE NATUUR kun je de bewijzend methode hanteren, de anorganische natuur zit logisch in elkaar, maar is zogezegd dood.

In de ORGANISCHE NATUUR, alles wat leeft zoals vissen, dieren, planten etc. is het principe, uitgangspunt, de ONTWIKKELENDE METHODE, want alles wat leeft veranderd voortdurend bijv. honden worden geboren groeien op moeten voedsel tot zich nemen krijgen een binding met hun baas etc. Het basis principe van de organische natuur, uitgangspunt, van de ontwikkelende methode daarbij is wat Steiner het TYPE noemt, het TYPE op zich bestaat niet, maar alle afzonderlijke vormen, zijn wel op het TYPE terug te leiden.

Steiner: Dit type is in geen enkel organisme in al zijn volmaaktheid gerealiseerd. Slechts onze REDE is in staat zich dit type eigen te maken, door het als algemeen beeld vanuit de verschijnselen te ontwikkelen. Het type is zodoende de idee van het organisme: het algemeen dierlijke in het dier, de algemene plant in de bijzondere plant.  

Bij DE MENS moet de idee van de persoonlijkheid worden vastgehouden, de PERSOONLIJKHEID ALS ZODANIG. Het gaat om de persoonlijkheid zoals die zichzelf genoeg is, in zich afgesloten is en in zichzelf zijn bestemming vindt.

Wat de mens op zichzelf is, wat hij is onder zijnsgelijken, in de staat en in de geschiedenis, dat mag hij niet zijn door bepaling van buitenaf. DAT MOET HIJ DOOR ZICHZELF ZIJN. Hoe hij zich invoegt in het wereld gebeuren hangt van hemzelf af. Hij moet het punt vinden van waaruit hij aan het gebeuren van de wereld deel kan nemen.

De rijpere mens neemt in het algemene wereldgeheel slechts die plaats in, die hij zich als individueel mens geeft. (Elk mens is vrij als hij leeft naar zijn eigen normen en waarden, hij kan zelf zijn normen en waarden ontwikkelen, dit is een vereiste volgens Steiner visie) “Steiner, het woord geest door mens vervangen.” 

Bij de mens moet men er achterkomen hoe hij in het ALGEMEEN HANDELT . Bij het type, organische natuur, moet men  de algemene vorm door vergelijking losmaken van de afzonderlijke vormen; in de psychologie, (bij de mens) moet men alleen de afzonderlijke vorm losmaken uit zijn omgeving.

De mens als geestelijk wezen is niet één bepaalde uitwerking van zijn oorspronkelijk idee, maar dé uitwerking ervan. (Je moet ieder mens afzonderlijk beschouwen.)

 

DE MENSELIJKE VRIJHEID.

De kennis theorie van Steiner kent geen andere grond voor waarheden, dan de gedachten inhoud die in de waarheden ligt. Wanneer dan ook een praktisch ideaal tot stand komt, dan is het de innerlijke kracht die in de inhoud daarvan ligt, die ons handelen richting geeft. Wij handelen niet volgens een ideaal, omdat het ons als wet voorgeschreven is, maar omdat het ideaal krachtens zijn inhoud in ons werkzaam is en ons leidt. De aanleiding voor ons handelen ligt niet buiten ons, MAAR IN ONS. Bij een dwingend gebod (kerk, staat) zouden wij ons ondergeschikt voelen. Wij zouden moeten handelen op de manier die het gebod ons oplegt, en dit is dan geen handelen vanuit vrijheid! (Je bent wel degelijk vrij als je bijvoorbeeld de hond uitlaat, je hebt de verantwoording om goed voor het dier te zorgen als baasje. En als het bijvoorbeeld regent dan zorg je voor regenkleding, het gaat meer over hoe je leeft naar je eigen normen en waarden.)

 

Er bestaat dus geen andere drijfveer voor ons handelen dan ons inzicht. De vrije mens handelt naar zijn eigen inzicht, NAAR GEBODEN DIE HIJ ZICHZELF GEEFT, zonder dat er ook maar enige dwang aan te pas komt.

 

OPTIMISME EN PESSIMISME:

De mens bleek voor ons het middelpunt van de wereldordening te zijn. Hij bereikt in zijn geestelijke zijn de hoogste vorm van bestaan en volbrengt in zijn denken het meest volmaakte wereldproces. Slechts zoals hij de dingen belicht, zo zijn ze werkelijk.

(Steiner redeneert vanuit de mens, zijn geestelijk zijn! Ons dagelijks brood is natuurlijk een ander geval want als er mensen honger lijden is dat een ander niet te onderschatten urgent probleem! )

 

Het optimisme neemt aan dat de wereld zodanig is, dat alles daarin goed is, dat zij de mens de grootst mogelijke tevredenheid schenkt. Wil dit echter het geval zijn, dan moet de mens eerst zelf uit de objecten van de wereld iets losmaken, waarnaar hij verlangt, dat wil dus zeggen, hij kan niet door de wereld gelukkig worden, maar alleen door zich zelf.

(Steiner wijst het optimisme duidelijk af, Steiner richt zich meer tot de rijpere mens)

 

HET BOEK: DE FILOSOFIE VAN DE VRIJHEID.

Inleiding:

Ik Heb altijd al veel gelezen. Als kind ging ik al twee keer per week naar de bibliotheek, maar kinderboeken interesseerden mij niet, ik las romans. Op de leeftijd van 28 jaar kreeg ik belangstelling voor de filosofie hoek van de bibliotheek, en toen kwam ik  ook het boek van Steiner tegen, als eerste werk van Steiner: ”Filosofie van de Vrijheid”. En hiervan was ik diep onder de indruk! Er kwam zo een onbestemd gevoel van: het hoort bij mij! Ik ging zelfs zijn boeken kopen, ik had nog nooit eerder boeken gekocht bij wijze van spreken.

 

Nawoord Pim Blomaard: (vertaler)

Het universele dat voor alle mensen geldt is voor Steiner niet in strijd met het individuele dat slechts één mens toebehoort. Universalisme en individualisme vormen een tegenstelling die verzoend kan worden. Over die verzoening gaat dit boek.

 

Steiner:

Hoe de filosofie als kunst zich tot de VRIJHEID van de mens verhoudt, wat vrijheid inhoudt, en of wij haar deelachtig zijn of kunnen worden: dat is de kernvraag van dit boek.

(Deze twee opmerkingen van Pim Blomaard  en Steiner vullen elkaar eigenlijk aan mijn inziens niet tegenstrijdig.)

 

In dit boek gaat het er niet om aan te geven wat de onontwikkelde mens  moet worden bijgebracht, maar wat in het wezen van de gerijpte mens besloten ligt. Want wij (Je zou ook ik Steiner kunnen lezen) wilden aantonen dat vrijheid mogelijk is; en vrijheid manifesteert zich niet bij handelingen uit lichamelijke of psychische dwang, maar bij handelingen die door geestelijke intuïties worden gedragen. De gerijpte mens geeft zichzelf zijn waarde. (Steiner gaat ervan uit dat de gerijpte mens belangrijk meer intuïties heeft als laat ik zeggen een eenvoudig mens.)

 

Wij willen niet meer louter GELOVEN; wij willen WETEN. Het geloof verlangt acceptatie van waarheden die wij niet helemaal doorzien. Maar wat wij niet helemaal doorzien druist tegen het individuele in, dat alles in zijn binnenste wil beleven. Alleen het WETEN stelt ons tevreden, dat zich aan geen uiterlijke norm onderwerpt, (Zoals staat, kerk, ras, etc.) maar uit het innerlijk leven van de persoon ontspringt.

 

Tegenwoordig zou niemand GEDWONGEN moeten worden iets te begrijpen. Ook de nog onrijpe mens, het kind, willen wij tegenwoordig geen kennis instampen, maar wij proberen zijn talenten te ontwikkelen, zodat het niet meer GEDWONGEN hoeft te worden iets te begrijpen, maar begrijpen WIL. (In het  VRIJE SCHOOL onderwijs staat het kind, student, centraal, het ontwikkelen van ieder kind, student, zijn specifieke talenten en dit overstijgt eigenlijk het reguliere onderwijs maar daar bestaan verschillende meningen over.)

 

Werkelijke waarden krijgen de wetenschappen pas als zij kunnen aangeven welke betekenis hun resultaten voor de mens hebben.

Het einddoel van het individu (Je zou kunnen zeggen dit maakt ieder mens wel voor zichzelf uit.) kan niet de veredeling van slechts EEN enkel zielsvermogen zijn, maar de ontwikkeling van alle vermogens die in ons sluimeren. Kennis heeft alleen waarde doordat zij een bijdrage levert aan de ALZIJDIGE ontwikkeling van de TOTALE mens. (Zowel verbreden als verdiepen.)

 

Mijn visie:

Dit boek van Steiner is wel zijn moeilijkste boek. Er bestaan niet voor niets diverse studie groepen binnen de Antroposofische Vereniging, om het boek te leren begrijpen!

Hoe lees je dit boek, daar heb ik een eigen zienswijze op; Steiner valt heel veel terug op andere filosofische stromingen en filosofen. Die bewuste filosofen en stromingen daar ben ik niet allemaal vertrouwd mee. Neem deze stromingen, filosofen, ter kennisgeving aan, lees het een keer. Maar zodra je de term MONISME of ETHISCH INDIVIDUALISME tegenkomt lees het drie keer!

 

In dit boek schetst Steiner een weg hoe de mens op basis van het universele denken tot werkelijk VRIJ HANDELEN kan komen. Dan moet de mens zich eerst vrijmaken van bijvoorbeeld de geboden die de religie opleggen, geboden vanuit de overheid, geboden vanuit het zogenaamde ras etc. Je hoeft ze niet te negeren maar er als het ware boven gaan staan. Heel duidelijk, als het ware je eigen normen en waarden ontwikkelen. Voor Steiner is het begrip VRIJHEID cruciaal in dit boek!

Het boek bestaat uit twee delen: WETENSCHAP VAN DE VRIJHEID  “het waarnemen en het denken en daardoor ontwikkelen van het bewustzijn” DE WERKELIJKHEID VAN DE VRIJHEID  “Hoe kan de mens tot handelingen uit vrijheid komen.”

 

In dit boek onder bouwt Steiner zijn filosofische houding en die benoemt hij als MONISME en EHTISCH INDIVIDUALISME.

Mijn woordenboek: MONISME: wijsgerig stelsel: het monisme neemt in tegenstelling tot het dualisme en pluralisme slechts één beginsel aan ter verklaring der verschijnselen.

INDIVIDUALISME: het stellen van de rechten van het individu boven die der gemeenschap, het handhaven van de eigen zelfstandigheid.

ETHISCH: het zedelijk gevoel betreffend op de voorgrond stellen.

 

Steiner ETHISCH INDIVIDUALISME:

(Let op het verschil in taalgebruik ten opzichte van het boek WAARNEMEN EN DENKEN.)

Mensen verschillen wat hun intuïtievermogen betreft. De een wordt overstelpt met ideeën, de ander moet ze zich moeizaam verwerven. De situaties waarin mensen leven en die het toneel van hun handelen vormen, verschillen niet minder. Hoe iemand handelt zal dus afhangen van de wijze waarop zijn intuïtievermogen op een bepaalde situatie inspeelt. Het totaal van de ideeën die in mij werkzaam zijn, de reële inhoud van mijn intuïties, bepaalt mijn individuele geaardheid als mens, hoe universeel de ideeënwereld ook is. Voor zover deze intuïtieve inhoud mijn handelen impulseert (in gang zet) maakt hij mijn morele gehalte uit. Voor wie inziet dat alle andere morele principes uiteindelijk in dit morele gehalte samenkomen, is het volledig tot ontplooiing laten komen van dit gehalte de hoogste morele drijfveer en tegelijkertijd het hoogste motief. Dit standpunt kan ETHISCH INDIVIDUALISME worden genoemd. (Dit laatste stukje, moreel, is moeilijk, maar  ik voel het als het ware wel aan.)

Ethisch Individualisme wil bij Steiner zeggen het verwerkelijken van de eigen idealen.

In het boek Waarnemen en Denken noemt Steiner zijn kennistheorie een ‘objectief idealisme’.

Doorslaggevend voor een intuïtieve handeling in een concrete situatie is het vinden van de bij die situatie passende, geheel individuele intuïtie.                                                                                                    

 

Steiner MONISME:

Het MONISME beweert dat al in de elementairste entiteiten van de wereld materie en geest onafscheidelijk samengaan en dat het ons daarom helemaal niet hoeft te verbazen wanneer deze twee bestaanswijzen, die immers nergens gescheiden zijn, ook in de mens optreden.

 

De monist zoekt naast de ervaring niet iets onervaarbaars, maar ziet in begrip en waarneming het werkelijke.

 

Voor de monist is het denken noch subjectief, noch objectief, maar een principe dat beide zijden van de werkelijkheid omvat. Als wij denkend observeren, voltrekken wij een proces dat zelf in de stroom van de actuele werkelijkheid staat.

 

Het monisme roept in de mens juist de overtuiging op dat hij in de wereld van de werkelijkheid leeft en niet buiten zijn eigen wereld een onervaarbare hogere werkelijkheid moet zoeken. Het weerhoudt de mens ervan de absolute werkelijkheid ergens anders dan in de ervaring te zoeken, omdat het hem laat inzien dat de inhoud van de ervaring zelf de werkelijkheid bevat. En de monist is door deze werkelijkheid bevredigd, omdat hij weet dat het denken de kracht heeft voor die werkelijkheid in te staan.

 

Voor het monisme is de begripsinhoud van de wereld voor alle menselijke individuen dezelfde. Volgens monistische principes beschouwt het ene menselijke individu het andere als zijns gelijke omdat het dezelfde universele inhoud is die zich zowel in hemzelf als in de ander manifesteert. Er zijn in de ene begrippenwereld niet evenveel begrippen van de leeuw als er individuen zijn die over de leeuw denken - ER IS ER MAAR EEN. (Volgens Steiner is er maar één begrippenwereld en één denkwereld.)

 

Steiner, HET DENKEN:

Ons denken is niet individueel zoals ons gewaarworden en voelen. Het is universeel. Het krijgt een individueel stempel in ieder afzonderlijk mens alleen doordat het op diens individuele voelen en gewaarworden betrokken is. Door deze bijzondere schakeringen van het universele denken onderscheiden de afzonderlijke mensen zich van elkaar. (Steiner gaat uit van één universele denkwereld maar gewaarworden, voelen en de wil geven het persoonlijke element  aan het denken.)

 

In het denken vinden wij het element dat onze bijzondere individualiteit met de kosmos tot een geheel verenigt. Voor zover wij gewaarworden en voelen (en ook waarnemen) zijn wij afzonderlijke mensen, voor zover wij denken zijn wij het al-ene wezen dat alles doordringt.

 

Dat het zo moeilijk is het denken te observeren en op het wezen ervan vat te krijgen, komt doordat dit wezen maar al te gemakkelijk aan de innerlijke blik ontglipt zodra de ziel er haar aandacht op wil richten. Wat zij dan overhoudt, is niets anders dan de dode abstractie, het lijk van het levende denken.

Men zal het vreemd vinden als iemand het wezen van de werkelijkheid ENKEL IN GEDACHTEN WIL VATTEN. Maar wie erin slaagt werkelijk het LEVEN IN HET DENKEN te vinden, die komt tot het inzicht dat opgaan in louter gevoelens of het beleven van het wils element niet eens te vergelijken is met de innerlijke rijkdom en de in zichzelf rustende maar tegelijk beweeglijke ERVARING van het leven in het denken.

 

 Nawoord Pim blomaard: (vertaler)

Steiner heeft twee zaken onderscheiden, observeren en denken. Wat gebeurt er als je beide activiteiten op elkaar betrekt, kan het denken zichzelf observeren? Steiner roept de lezer op om dit te proberen en daarbij een unieke ervaring op te doen: de ervaring dat de denkende activiteit  tot waarnemingsinhoud en het observeren tot zuiver denken wordt.

De denkactiviteit die zichzelf observeert is de waarnemingsinhoud die zichzelf produceert. Dit zichzelf kennende denken is het fundament dat Steiner absoluut verklaart.

 

Steiner VRIJHEID:

Ik toets niet met mijn verstand of mijn handeling goed of kwaad is; ik verricht haar omdat ik haar LIEFHEB. Zij zal GOED zijn, als mijn in liefde gedoopte intuïtie op de juiste wijze in het intuïtief ervaren verband van de wereld staat, (Bij Steiner is het de eerste stap om de wijsheid bij jezelf eigen te maken en de volgende stap is dat de wijsheid overgaat in liefde, bij Steiner het hoogst haalbare)  en KWAAD als dat niet het geval is Ik vraag mij ook niet af hoe iemand anders in mijn geval zou handelen, maar ik handel zoals ik (deze individualiteit) mij ertoe geroepen voel. Niet wat algemeen gebruikelijk is, niet de algemeen geldende conventie, niet een algemeen menselijk principe noch een ethische norm leidt mij op directe wijze, MAAR DE LIEFDE TOT DE DAAD. Ik voel geen dwang, niet de dwang van de natuur die mij via mijn driften dirigeert, noch de dwang van ethische geboden – ik wil eenvoudig doen wat in mij ligt.

 

Tot slot DE REACTIE:

Voor Steiner was het begrip vrijheid cruciaal. Naar zijn oordeel kan de mens werkelijke vrijheid bereiken, in innerlijke zin, door zijn denken vrij te maken van vooropgezette concepten en theorieën. (Zoals staat, religie, ras etc. je hoeft deze regels hieruit voortkomend niet te negeren maar er als het ware boven gaan staan.)  Zodra de mens werkelijk denkt, dat wil zeggen: actief en onbevangen het geestelijk proces stuurt dat wij denken noemen, is hij vrij. Vervolgens is de mens, aldus Steiner, in staat op basis van het denken tot vrije handelingen te komen, handelingen dus die niet door uiterlijke factoren maar door bewuste wilsbesluiten ontstaan.         

 

Veel leesplezier, Krien van der Meer.