Krien & Quirinus

DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN

 

 Druk op Afspelen en luister hoe ik 'Eight days a week' van The Beatles op de dwarsfluit speel.

DIVERSEN

 

DE DWARSFLUIT, EEN APPEL AAN HET GEVOEL

November 2010

 

Waarom begin je ergens aan? Dan moet ik terug naar 1985, in die tijd was Berdien Stennberg regelmatig op de radio te horen. Ik meen zelfs onthouden te hebben dat ze hoog in de hitparade stond en van de klank van het instrument was ik bijzonder gecharmeerd; ik krijg een prettig gevoel bij de klank van het blaasinstrument.  Ook het spel van Thijs van Leer sprak mij wel aan. Maar wat nu echt de drijvende kracht was om dwarsfluit te gaan spelen, ik weet het eigenlijk niet meer.

 

Het is vreemd, maar de muziek die ik hoorde toen ik vijftien jaar was, is als het ware altijd een beetje blijven “hangen” in mijn belevenis van muziek. Dit was zo rond het jaar 1970. In die tijd waren de Beatels en Simon en Garfunkel bijzonder populair. Het gevolg is dat ik hun muziek nu op de dwarsfluit speel, en dat geeft voldoening.

 

De interesse voor  muziek spelen en filosofie lezen zijn bij mij in de familie eigenlijk niet aanwezig. Dan is het toch iets wat puur uit jezelf voortkomt, je wordt er mee geboren. Als dertiger was 1985 toch wel een belangrijk jaar.

 

Van nature ben ik vrij precies en dat is beslist nodig bij het spelen van dwarsfluit. Het fluit spelen zit eigenlijk verweven in mijn dagstructuur, praktisch elke dag pak ik even de dwarsfluit. Veel mensen spelen klassieke muziek op de dwarsfluit. Mij spreekt de populaire muziek meer aan.

Regelmatig verzorg ik kleine optredens, de dwarsfluit is toch een mooi solo instrument. Vooral  rond de kerst, is de dwarsfluit mijns inziens een stemmig instrument.

 

Als je al een tijdje fluit speelt vormt er zich een idee, en ga je op een totaal andere manier dwarsfluit spelen. Dat idee kwam naar aanleiding van het aanschaffen van een andere dwarsfluit. Eerst kwam de gedachte: “de fluit zachter aanblazen” en de volgende dag kwam de gedachte: “zachter aanblazen vollere klank”. En dit was eigenlijk een openbaring.

Ik ben iemand met een  grote longinhoud en dan blaas je de fluit van nature hard aan. Dan heb je wel eerder een zuivere toon maar vormt er zich wel valse lucht, je overblaast de fluit .

De volgende stap is dan dat je je muzikale gehoor en gevoel verder moet ontwikkelen, om die valse lucht en die vollere toon te onderscheiden.

Maar de fluit zachter aanblazen om die volle klank te halen, vereist weer een zuiverder aanblazen van de fluit. Je moet de lippenmotoriek bijstellen. En dat kost training.

De volgende stap was toen weer om meer te gaan variëren met dat hard en zacht aanblazen, vooral  het lied van Simon en Garfunkel: “ El Condor Pasa”, leent zich daarvoor. Door bepaalde passages harder aan te blazen krijg je meer variatie, meer kleur,  in de melodie, de melodie gaat veel meer leven.

 

Dit principe heb ik op eigen kracht ontwikkeld, maar om het toe te leren passen, (dat variëren met harder en zachter aanblazen) daar heb je toch een leraar voor nodig. Dus heb ik weer een tijdje les genomen in het Koorenhuis in Den Haag.

Het mooie is dat je op deze manier de muziek meer gaat benaderen met je gevoel, een appel aan het gevoel doet, en dan wordt de uitvoering van het lied jouw impressie van het lied.

Mijn leraar wees mij er ook op dat je in het lied ook een soort hoogtepunt hebt, dat moet je dan wel op de juiste wijze inpassen, er naar toe werken!

 

Een andere gewoonte van mij was om de voet mee te laten “lopen” om het ritme vast te houden, dit had een leraar mij geleerd, maar als het lichaam onrustig is komt dit niet ten goede aan het fluitspel. Dus ook dit gaat nu op het gevoel.

Alleen hele noten van langer dan bijvoorbeeld zes tellen, in gedachten tellen, om het juiste ritme aan te houden en in te passen.

 Dit had mijn nieuwe leraar een jaar geleden al verteld, maar daar wilde ik toen niet aan geloven, Ik had het op die manier namelijk geleerd. Leuke bijkomstigheid is dat je dan weer meer uit je gevoel leert spelen. En muziek maken doe je voor een belangrijk deel met je gevoel.

 

Het volgende idee dat zich bij mij vormde was van ik leg een bepaald gevoel in het lied als ik het speel en wat beleeft de toehoorder dan bij het horen van de melodie.

Dit is voor mij een kompleet andere benadering van muziek, weer op eigen kracht ontwikkeld, maar daar heb ik wel een tijdje voor nodig om dit toe te leren passen. Je moet echter wel het doel weten, om ergens naar toe te werken.

Stel je bijvoorbeeld het lied van Simon en Garfunkel voor, Bridge over Troubeld Water, vrij vertaald: “hoe kom ik door een donkere (moeizame) periode heen”, en dan dat gevoel van “moeizaam” in de melodie tot uitdrukking te laten komen. Dat is eigenlijk pas muziek maken.   

Alsof ik pas begonnen ben met dwarsfluit spelen.

Een ander voorbeeld het lied: “I DON’T KNOW HOW TOU LOVE HIM” uit de musical Jezus Christ Superstar, waarin Maria Magdalena haar onbeantwoorde liefde voor Jezus bezingt. Om dan dat gevoel van onbeantwoorde liefde in de melodie tot uitdrukking te laten komen, wat haalt de toehoorder uit dat lied! Van wat ik er in leg.

 

Tot slot, (toch weer even terug naar) Rudolf Steiner en die zegt: ”Muziek maak je tussen de noten”.

En eigenlijk bevindt zich bij de dwarsfluit een soort kleine pauze bij elke noot. Dat moet dan eigenlijk heel ritmisch uitgevoerd worden.

Het gevolg, ik ben nog beter en bewuster en preciezer de pauzes in de melodie gaan inpassen. Steiner bedankt!

 

Tot schrijfs,

Quirinus