Krien & Quirinus

DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN

Druk op Afspelen en luister hoe ik 'Yesterday' van The Beatles op de dwarsfluit speel.

PERSOONLIJKE ONTWIKKELING

ZOMAAR EEN ZONDAGOCHTEND.

1988

Tijdens het opruimen van een kast kwam ik dit vroeger door mij geschreven artikel tegen, en dit artikel wil ik toch delen met de bezoekers van de website! Het enige wat ik verander heb in verband met de leesbaarheid is de indeling, ik had dit geschreven bijna zonder ook maar een alinea.

Toch niet helemaal zomaar, want het is mooi weer en die combinatie van mooi weer en zondagochtend is vrij zeldzaam in Nederland. Het heeft mij er toe gebracht de wandelschoenen aan te doen en er op uit te trekken.

Deze wandeltocht voert mij naar Hoek van Holland, een bijkomend voordeel van zondagochtend wandelen is dat het heerlijk stil is, praktisch geen verkeer wat aangenaam aandoet.

Het eerste uur van de tocht gaat vanuit Naaldwijk via ’s Gravenzande naar het strand, wat voor mij een steeds weerkerende bekoring heeft, langs de zee wandelen met aan de ene kant het deinende af en aan stromende water aan de andere kant de glooiende duinen en dat geheel omlijst met de blauwe lucht die aan de horizon contact met de aarde maakt via wolkenflarden, dit alles is er zomaar!

Alleen mooi zijn kan ook weer niet. Vlakbij het strand gekomen hangt er in het gaas langs de weg een dode duif, lang kan hij er nog niet hangen want de veren glanzen nog. Wel heeft de duif een ring om zijn poot, de eigenaar waar het beestje thuishoort zal hem missen. De gedachte komt boven dat de duif meedeed aan een vliegwedstrijd, misschien wel 500 km van huis losgelaten en dan maar weer zien hoe de duif thuiskomt. De duif zijn instincten volgend raakt oververmoeid en wie weet komt hij in dat bewuste gaas te hangen. Ik geloof dat ze dit duivensport noemen, wat dacht u van dierenleed!

Hier tegenover staan gelukkig ook weer positieve dingen, mensen die hun hond uit laten op het strand, je ziet aan de honden gewoon dat ze genieten van de ruimte waar ze zich naar hartenlust uit kunnen leven en contact maken met andere honden.

In Hoek van Holland even verpozen op een terrasje genieten van het zonnetje, de andere mensen, een kopje koffie, gewoon zomaar. En dan meemaken dat er een man komt, trui, jas, en halsdoekje in de zon aan, met een voorzichtig aan zijn arm voordschuifelende vrouw, waarschijnlijk zijn moeder. De vrouw gaat voorzichtig zitten en de man haalt heel bezorgd een zonneparaplu aan het tafeltje naast mij, waar hij eerst nog vraagt of de zonneparaplu meegenomen mag worden. Er ontstaat dan al wat hilariteit want het waait behoorlijk. Kunt u het zich voorstellen een man die netjes gekleed met een parasol die in een zware bak staat naar de andere kant van het terras aan het slepen is, de zonneparasol openklapt waar natuurlijk prompt de wint onder slaat. De man tracht de parasol weer in te klappen waarop het geheel begint te zakken en de man verdwijnt onder de zonneparasol die uit zijn vorm is gewaaid. Nu komen de manager en een ober toegesneld die de man vanuit zijn benarde positie vanonder de parasol bevrijden. De zonneparaplu wordt deskundig weer op hoogte gesteld, gesloten en met elastiekje tegen uit elkaar waaien beveiligd en tenslotte weer op de plaats gezet waar de man hem helemaal vandaan had gesleept.

Dit tafereeltje speelde zich af onder grote hilariteit van vooral mijn twee buurmannen die zaten te genieten van een kopje koffie met slagroom als onderbreking tijdens hun fietstocht, te oordelen naar de specifieke wielrenbroek die tijdens het beoefenen van die sport gedragen wordt.

De jongens van de wielrenbroeken waren toe aan hun tweede kopje koffie wat door de ober gebracht werd, er zat geen slagroom op de koffie, waardoor de man daarvoor nog en keer extra mocht lopen. Na een moment verscheen de ober weer, nu met koffie waarop een vrolijke witte hoed van slagroom prijkte. Met een groots gebaar overhandigde de jongeman een briefje van tien gulden en vroeg tegelijkertijd wat de schade was. Dit bleek precies die tien gulden te zijn. De wielrenner reageerde prompt gekscherend met : ‘de rest is voor u’. De ober wist dit weer met een keurige glimlach te pareren.

Al die dingen gebeuren zomaar. Wat dacht u van de kleine attentie om een bak met water voor de honden neer te zetten, waar dan ook dankbaar gebruik van wordt gemaakt door honden en ook een klein jongetje wat heerlijk  met dat water begint te spelen maar even later toch weer door de moeder weggehaald wordt.

Of een man die nog meer van de zon wil genieten door op het terras al zittend een korte broek aan te trekken en vervolgens het bovenlijf ontbloot, de schoenen en sokken uittrekt. Dit alles wordt vervolgens netjes opgevouwen en in een tas gestopt. Frank en vrij kan de man nu de zon tegemoet treden. Er wordt niet eens gekeken naar deze verkleedpartij, dit is gewoon normaal, het is geaccepteerd…..zomaar…

Een dametje op de leeftijd gekomen dat de ouderdom zich begint te tekenen aan de hand van een ietwat verschrompeld gezicht voegt zich bij mij aan het tafeltje onder het mompelen van dat het aan de andere kant van het terras te fris is. Na enige tijd tracht ik een luchtig praatje met haar te beginnen met de opmerking dat het voor de zondag een uitgelezen dag weer is. Hierop volgt een begrijpend knikken en doe ook ik er verder het zwijgen toe, met het idee we hebben er allebei voldoende aan om van te genieten, dat weer, het uitzicht,..zomaar..

De tijd, zelfs op zondagmiddag, laat ik mij toch nog regeren, of zijn het maar gewoontes? Als ik door redeneer is dit wel het geval. Eigenlijk vind ik het heerlijk er bepaalde gewoontes op na te houden, het brengt regelmaat in mijn leven, waar ik evenals voedsel en zuurstof niet zonder kan. In dit geval heel simpel de was thuis wegruimen en een bezoek aan mijn ouders waar ik in verband met de maaltijd niet te laat wil verschijnen.

Met deze gedachten wordt de tocht terug aanvaard. Op het strand is het drukker geworden door meer mensen die van het zonnetje en het strand komen genieten enerzijds en anderzijds het is eenvoudig vloed geworden waardoor er een klein stuk strand is waar natuurlijk iedereen gebruik van wil maken.

Het strand klein iel stukje zand ten opzichte van de golvende watermassa, de oneindige lucht alles omsluitend, de glooiende duinen vormend een begrenzing van dat stukje zand, of anders het strand is het voetstuk van die oplopende zandrug die de duinen vormt. Groot genoeg om het water te keren, maar eigenlijk zo smal als je het ziet in verhouding tot de lucht, de zee. Dit alles wordt met de ogen waargenomen! Wat dacht u van het geluid dat de zee voortbrengt, het eeuwige concert van de zee, deze nooit eindigende symfonie van geruis met af en toe de kreet van een meeuw klinkend als paukenslag in een concert. Het is een geluid wat nooit verveeld, eerder vertrouwd en geruststellend aandoet. Bij het horen van de zee is het alsof ik thuiskom, meer het gevoel hier hoor ik bij die mijmering van de zee.

Hier en daar verschijnt er op het strand een windscherm met daarachter zonnegenieters, een enkeling waagt zich in zee anderen zijn weer voorzichtig alleen met de voeten door het water aan het lopen.

Gevoelens van nietigheid overvallen mij bij dat zien van de zee, de lucht, de duinen. De golven die altijd maar door rollen, de wind die maar blijft waaien en slechts een enkele maal een adempauze neemt. De nietige mens aan het strand ten opzichte van die natuurkrachten. Maar wat doet die mens daar aan het strand? De dieren zoeken er naar voedsel bij het keren van de getijden, waar menig lekker hapje voor ze is te vinden. Die mens is bezig met zonnebaden, sporten, wandelen maar ook met het verwerken van verdriet, mislukking….. trachten een stukje vrede bij zichzelf te vinden tussen al die onrust.

En gelukkig mag ik zeggen kon ik dat daar aan dat strand, gelukkig het was er …zomaar…

Gelukkig kon ik dat daar, woorden die opeens heel levendig voor mij staan en waar ik toch nog enige gedachten  aan wil wijden. Want onrust heb ik gehad, zeven jaar lang, en nog is het allemaal niet tot rust gekomen. Daar wil ik nu verder niet op ingaan, maar wel dat ik in die periode ongeveer wekelijks aan dat strand te vinden was!

Wat zocht ik daar toch? Eigenlijk is dat heel eenvoudig, die onrust bij mijzelf zoekt een compensatie voor die onrust. Dit wordt dan sterk aangetroffen in de natuur bijvoorbeeld aan het strand waar een zekere rust uitgaat van die natuurkrachten als de rollende golven, de waaiende wind en de voortsnellende wolken. Een rust die zich doet vinden in de eeuwige beweging die ze doormaken. De rust die ik eerst bij mijzelf moest vinden om het vervolgens in de natuur te kunnen herkennen, maar wat ik instinctief allang begrepen had.

Het strand met dit weer altijd wel mensen, van alles te zien, te beleven. Met een tevreden gevoel loop ik langs de vloedlijn, af en toe een golf ontwijkend, wat geen kwaad kan met mijn praktisch waterdichte bergschoenen, richting ’s Gravenzande, waar ik van het strand afloop weer afscheid neem van het strand de zee en de duinen.

Wetend dat dit afscheid slechts van korte duur zal zijn, de regelmaat in ogenschouw nemend waarmee ik een bezoek aan het strand afleg.

De duif hangt nog steeds stil in het gaas, eigenlijk als symbool van het feit dat alle leven op die ene manier eindigt, de dood. Soms onverwachts, uit het leven gegrepen zoals de duif, of als een verlangen naar, na een lang ziekbed vol smart en pijn waardoor de dood een verlossing kan zijn. De dood net zo behorend bij het leven als geboren worden.

De tocht gaat weer verder, ’s Gravenzande komt in zicht alwaar even een pauze gehouden wordt. De grootste helft van de terugweg zit er nu op en om de juiste gemoedsgesteldheid te kunnen bewaren is deze pauze zelfs nodig. Het is mogelijk gewoon door te lopen dat laatste stuk, maar dan ontstaat er bij mij een soort verlangen naar dat einde, het prestatie element komt dan opzetten en daardoor verdwijnt het plezier in het lopen. De pauze  die ingelast wordt tilt mij net over dat dode punt heen, waardoor dat laatste uur ook genoeglijk lopend afgelegd kan worden.

Tijdens het laatste stukje voert de tocht weer door Naaldwijk en ontstaat er toch een verlangen naar het einde van de wandeling.

Ondertussen is het middag geworden, zondagochtend geëindigd, de wandeling is volbracht…zomaar…

Opgetekend, juli 2012.

Krien van der Meer.